De convergentie is vastgelegd in doctrine zoals de Amerikaanse FM 3-12 (Cyberspace Operations and Electromagnetic Warfare) en in het bredere EMSO-kader (§18). Operationeel ontstaat de CEMA-cel: één staforgaan dat cyber- en EW-effecten samen plant en deconflicteert.
De grootste uitdagingen zijn organisatorisch: cyber en EW zijn van oudsher verschillende gemeenschappen, met eigen bevoegdheden, juridische kaders, en de noodzaak tot deconflictie (§18) en attributie. CEMA is daarmee evenzeer een kwestie van samenwerking als van techniek.
In de praktijk groeit CEMA uit tot eigen eenheden en systemen. De Amerikaanse landmacht heeft met het 11th Cyber Battalion een bataljon met expeditionaire CEMA-teams die eenheden in het veld versterken, en ontwikkelt met het Terrestrial Layer System een voertuig dat SIGINT, EW en cyber combineert; inmiddels in een aparte SIGINT- en EW-variant. Binnen de NAVO staan naast de EW-doctrine (AJP-3.6) aparte publicaties voor cyberspace-operaties (AJP-3.20) en voor EMSO (§ 18). In Nederland vallen militaire cyberoperaties onder het Defensie Cyber Commando.
CEMA is de logische uitbreiding van het doctrinehoofdstuk (§18): waar EMSO het spectrum als domein neerzet, koppelt CEMA dat aan het cyberdomein. Voor de EW-specialist maakt het twee dingen die al in de leeromgeving zitten — cognitive EW (§16) en drone-overname (§17) — expliciet onderdeel van één gecombineerde cyber-EM-inspanning.