Drie voorbeelden uit de oorlog in Oekraïne laten zien hoe cyber en EW in de praktijk door elkaar lopen.
1. Viasat KA-SAT, 24 februari 2022. Op de ochtend van de invasie vielen tienduizenden satellietmodems van het KA-SAT-netwerk uit, ook bij Oekraïense militaire gebruikers. Niet de satelliet werd aangevallen, en er werd niets gestoord. Aanvallers kwamen via een verkeerd ingestelde VPN-toegang in het beheernetwerk en stuurden de modems commando's die ze onbruikbaar maakten; waarschijnlijk met wiper-malware (AcidRain). De EU, het VK en de VS schreven de aanval in mei 2022 toe aan Rusland. Een neveneffect: in Duitsland verloren duizenden windturbines hun verbinding voor bediening op afstand. De les: een SATCOM-dienst is zo sterk als zijn grondsegment (§ 21), en cybereffecten houden zich niet aan grenzen.
2. Meekijken met de drone van de tegenstander. Veel FPV-drones zenden hun beeld onversleuteld en analoog uit. Wie de frequentie vindt (ESM, § 13.5), ziet met een eenvoudige ontvanger mee wat de piloot van de tegenstander ziet: waar hij zoekt, en soms waar hij opstijgt. Oekraïense eenheden doen dat op grote schaal. Volgens Oekraïense groepen kwamen hackers ook binnen in accounts van Russische dronepiloten en volgden ze maandenlang live beelden; dat is niet onafhankelijk bevestigd. Het verschil tussen beide methoden is het verschil tussen EW en cyber: de ene luistert mee in het spectrum, de andere dringt binnen in het systeem.
3. Een vals wereldbeeld via de ontvanger. GNSS-spoofing (§ 14) laat een ontvanger een verkeerde positie berekenen. Het middel is een radiosignaal, het effect een informatie-effect: het systeem werkt normaal, maar met verkeerde gegevens. Rond de Oostzee en de Zwarte Zee raakt dat ook de burgerluchtvaart.
In alle drie de gevallen is het spectrum de toegangsweg en de informatie het doelwit. Daarom hoort ook de verdediging bij elkaar: versleuteling en goede netwerkbeveiliging (cyber), naast frequentiewissel, EMCON en antistoormaatregelen (EW, § 12).