De kern van dit hoofdstuk — en meteen het slot van de hele leerlijn:
- ESM is luisteren met een doel: intercepteren, meten, identificeren (tegen de dreigingsbibliotheek) en reageren — met het blijvende fysische voordeel dat de luisteraar de zender eerder hoort dan omgekeerd.
- De RWR vertaalt opgevangen radaremissies naar identiteit, richting en vooral modus: hij laat de bemanning de fire control sequence van de tegenstander (§ 8.1) in realtime meelezen.
- Het MAWS detecteert de raket zelf (UV/IR/radar) en dicht daarmee het gat van de RWR: de volledig passieve dreiging. Samen sturen ze het gelaagde zelfbeschermingspakket uit hoofdstuk 11 aan.
- Achter elke RWR zit een ESM-keten: ontvangers die breed of scherp luisteren, pulsbeschrijvingen die per zender worden gesorteerd (de-interleaving), identificatie tegen een bibliotheek die door ELINT wordt gevuld, en peiling die van een zender een doel maakt (§ 13.5).
Daarmee is de cirkel van het EW-vak rond: de natuurkunde (H2–3), het spectrum en zijn sensoren (H4–7), de keten die ze tot een wapen smeedt (H8–9), en de strijd om die keten zelf — aanvallen (H11), beschermen (H12) en luisteren (H13), gedefinieerd in H10. Wie deze hoofdstukken beheerst, kan van elke emissie beredeneren wat hij is, wat hij betekent en wat het antwoord erop is. Dát is het handwerk van de EW-specialist.