Een laser schiet niet, hij houdt vast. Elk doel kost een paar seconden, en in die tijd wacht de rest van de zwerm niet.
In de praktijkDaarom kijken planners niet alleen naar de prijs per schot, maar vooral naar het aantal doelen per minuut dat één systeem aankan, en naar wat er gebeurt als er meer komen.
Een eenvoudig rekenvoorbeeld laat zien waarom. Stel dat een laser van de 100 kW-klasse per drone ± 3 seconden nodig heeft om genoeg energie af te zetten (dwell time), plus ± 1 seconde om naar het volgende doel te draaien en het te volgen.
- Een zwerm van 30 drones in één minuut overvraagt één laser: de helft komt erdoor. Een tweede laser, een kanon of een HPM-wapen moet de rest doen.
- Afstand telt dubbel. Op grotere afstand spreidt de bundel meer en verzwakt de atmosfeer hem sterker, dus duurt elke dwell langer. Een laser is daarom vooral een wapen voor de binnenste laag.
- Een HPM-wapen rekent anders. Eén puls raakt alles in de bundel, dus juist een dichte zwerm is een gunstig doel (§ 19.3). Het bereik is wel korter.
- Kosten per schot. Een laserschot kost vooral stroom: enkele euro's tot tientjes. Een luchtverdedigingsraket kost tienduizenden euro's tot miljoenen. Die rekensom klopt alleen zolang de laser het tempo bijhoudt.
De les voor de EW-specialist: DEW verlegt de vraag van "hoeveel raketten hebben we?" naar "hoeveel doelen per minuut kunnen we aan, en bij welk weer?" Precies op dat punt mikt saturatie (§ 17): op het moment dat de verdediging achterloopt.